Alea iacta est, zo klonk het op het X-account van de formateur, op 31 januari 2025, om 22.31h. Er is een federaal regeerakkoord en daarmee kan er eindelijk vooruit gekeken worden. Wat heeft de regering De Wever I in petto voor de komende jaren? We bespreken in deze post kort een aantal in het oog springende elementen uit het regeerakkoord (2025-2029).
De Wever I gaat hard
Wie het luik over straffen leest, kan er niet om heen: de uitvoering van straffen moet strenger. Daarbij moet ook de reeds lang geleden afgeschafte “Wet Lejeune” (ja, men blijft volharden) het opnieuw ontgelden. De tijdsvoorwaarde voor veroordeelden voor seksuele misdrijven moet naar “minimum 3/5”. In geval van recidive moet dit naar 3/4de “en bij recidivisten die veroordeeld worden tot de zwaarste straffen na al te zijn veroordeeld tot een criminele straf” wordt het 4/5de. Het regeerakkoord maakt gewag van “een te grote discrepantie tussen de door de rechter uitgesproken gevangenisstraf en het gedeelte ervan dat in de praktijk vervolgens effectief wordt uitgevoerd”. Klopt dat? Onderzoek toont alvast dat de toelaatbaarheidsdrempel (het moment waarop een veroordeelde in de tijdsvoorwaarde verkeert voor VI) in de praktijk vaak ruimschoots wordt overschreden alvorens VI wordt toegekend en dat heel wat veroordeelden tot de laatste dag hun straf uitboeten. Met het opnieuw verhogen van de drempels bestaat het risico dat dit laatste nog meer zal gebeuren waarmee, paradoxalerwijze, een begeleide terugkeer bemoeilijkt of onmogelijk wordt, net voor die dossiers die er het meeste baat bij hebben: De Wever I viseert hier immers vooral de seksuele criminaliteit.
Opmerkelijk is dat ook het penitentiair verlof en de uitgaansvergunningen geviseerd worden: de voorwaarden moeten strenger en er zal “strikter toegekeken worden op de toekenning en de ontvankelijkheid van deze strafuitvoeringsmodaliteiten”. Waarom ook deze strafuitvoeringsmodaliteiten aangescherpt moeten worden, is niet helder. Verder wil de regering de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank ruimer kunnen toepassen en “uitbreiden in de tijd” en komt wie geen verblijfsrecht heeft niet in aanmerking voor een VI. De regering wenst ook “een striktere opvolging van en controle op de (correcte) uitvoering van de werkstraf” en wil dat werkgestraften die hun straf niet of gedeeltelijk uitvoeren, tijdelijk niet meer in aanmerking komen voor de werkstraf.
Intussen kijkt de regering uit naar het nieuwe strafuitvoeringswetboek, dat gelijktijdig in werking moet kunnen treden met het nieuwe strafwetboek. De Commissie die dat wetboek voorbereidt, zal daar nog een hele kluif aan hebben.
Daarenboven wil de nieuwe regering ook een aanscherping op niveau van de straftoemeting. Heel wat misdrijffenomenen komen hier in het vizier: mensenhandel moet “zwaarder bestraft worden”; er moet nultolerantie zijn voor “geweld of bedreiging tegen mensen met een maatschappelijke functie”; er wordt voorzien in een “veel zwaardere strafmaat voor drugsbaronnen of georganiseerde bendes die minderjarigen inzetten om hun vuile werk te doen”; er komt een “verlies van de nationaliteit” in bepaalde gevallen van georganiseerde criminaliteit, of levens- of zedendelicten; de straffen moeten verder verhoogd worden bij “deelname aan een criminele organisatie, de drugshandel en de wapenhandel”, idem bij witwassen: ook hier zwaardere straffen, bv. wanneer gepleegd “in het kader van een criminele organisatie of gepleegd door een meldingsplichtige”; het strafwetboek moet aangepast worden zodat “het verheerlijken van terroristische organisaties” strafbaar wordt; vernieling of sabotage van “private of publieke eigendom met een grote historische waarde of een aanzienlijk maatschappelijk belang” zullen “kordater” aangepakt worden “met hogere effectieve straffen en vervolging”; doorknippen of saboteren van een enkelband moet strafbaar zijn, alsook het ontsnappen uit de gevangenis; en nog: “We verhogen de opsporing en de effectieve bestraffing van daders van vrouwelijke genitale verminking, eergerelateerd geweld en gedwongen huwelijken”.
De toonzetting is helder: het moet harder en strenger.
Overbevolking
Hoe dit alles realiseren? De regering erkent “de acute overbevolking in de gevangenissen”. Om die reden zullen “de strengere maatregelen” pas uitgevoerd worden “van zodra de in dit regeerakkoord opgenomen maatregelen er mee toe hebben geleid dat de overbevolking in gevangenissen is gedaald”. Welke zijn dan de maatregelen die de regering in petto heeft om die overbevolking te bestrijden?
Er komt een nulmeting: “een objectieve vaststelling van de gevangeniscapaciteit in het licht van de internationale vereisten”. Hiermee wil de regering in de eerste plaats een meer evenwichtige spreiding van gedetineerden over het gehele land bewerkstelligen. De regering kondigt een nieuw masterplan (plan IV) aan dat voorziet in “een uitbreiding van de gevangeniscapaciteit”. Op korte termijn wordt onderzocht of “modulaire constructies” ingericht kunnen worden: “Zo voorzien we op korte termijn de nodige capaciteit voor het huidige aantal gedetineerden”. De regering rolt ook “de beveiligde kleinschalige detentiefaciliteiten zoals detentie- en transitiehuizen” verder uit. Daarbij zal ze ook oog hebben voor differentiatie (het regeerakkoord noemt: jongvolwassenen, ouderen, moeders met kinderen).
De regering verwacht ook veel van een “snelle terugkeer van buitenlandse gevangenen”. Bij herhaling keert dit terug in het regeerakkoord. Of dit zoden aan de dijk zet, is maar zeer de vraag. Het is één van die maatregelen die de afgelopen decennia steevast opduikt, maar die in de prakijk doorgaans weinig oplevert. Het Rekenhof had daar in het verleden al op gewezen en onlangs deed ook de penitentiaire beleidsraad dat in zijn advies over de overbevolking. Tijdens een hoorzitting van 14 januari 2025 lichtte een adviseur-generaal van van DG Wetgeving en Fundamentele rechten haarfijn de complexe materie toe. Of het plan van de regering om “naar het voorbeeld van Denemarken”, gevangenissen in andere “Europese rechtsstaten” te gaan bouwen of huren, een realistische en duurzame piste is, zal nog moeten blijken.
Verder lijkt De Wever I vooral soelaas te zoeken in snellere werkprocessen: meer personeel bij de strafuitvoeringsrechtbanken, de parketten, de onderzoeksrechters en de FGP “zodat lopende onderzoeken en procedures zo snel als mogelijk gevoerd en afgerond kunnen worden”.
Over de internering is de regering duidelijk: ‘Geïnterneerden horen niet thuis in gevangenissen”. Er wordt daarom voorzien in “voldoende instellingen met aangepaste beveiligingsniveaus”. De regering wil verkennen of FPC’s in reeds bestaande gebouwen ingericht kunnen worden. Ook hier wordt gekeken naar “modulaire constructies” op de campus van het FPC “als tussenvorm tussen de behandelafdeling en de resocialisatie-afdeling”.
Anders dan in het verleden wordt er weinig verwacht van het elektronisch toezicht in de strijd tegen de overbevolking. Zo wil de regering een restrictievere toepassing in het kader van de voorlopige hechtenis: tienerpooiers, bepaalde terreurmisdrijven en “drugsbaronnen” mogen niet meer aan de enkelband; voor andere groepen (beelden van kindermisbruik, intrafamiliaal geweld, enzovoort) worden beperkingen opgelegd rond de toepassing dan wel de plaats waar het toezicht mag worden uitgevoerd. Wie een enkelband doorknipt of saboteert kan “gedurende een wettelijk bepaalde termijn nadien niet opnieuw in aanmerking komen voor een enkelband”. Elektronisch toezicht wordt vooral als controle-instrument in de kijker gezet: alcohol- en drugmonitoring via de enkelband moet mogelijk worden om alcohol- en drugsverboden beter te controleren en er komt een wettelijke basis voor de slachtofferapplicatie om verblijfs-, plaats- en contactverboden te controleren. Die slachtofferapplicatie moet ook ruim inzetbaar zijn, zelfs bij uitstel of opschorting. De regering wil ook “het elektronisch toezicht tijdens de voorlopige hechtenis met voorwaarden” invoeren. Het is niet duidelijk wat dit betekent: bestaat dit niet reeds?
Privatisering
Tot dusver blijft de rol van de privaat-commerciële sector in het gevangenisbeleid beperkt tot “Design, Build, Finance en Maintain”: nieuwe gevangenissen worden gerealiseerd via die DBFM-procedure. De regering wil nu ook operationele taken uitbesteden aan de privésector: het gaat dan in eerste plaats over “bewaking zonder contact met gedetineerden en toegangscontrole van derden”. Maar ze wil nog een stap verder: de regering wil onderzoeken of private actoren tijdelijk ook ingeschakeld kunnen worden bij “de uitvoering van taken waarbij er wel contact is met gedetineerden”. Dit is een trendbreuk waarmee – indien het wordt doorgezet – het Angelsaksische model van publiek-private samenwerking (“DBFM” plus “O” (“operate”)) in ons land ingang zou vinden.
De regering wil overigens ook een geheel andere andere vorm van privatisering introduceren: zo zouden sommige gedetineerden een bijdrage moeten betalen voor de kosten van hun detentie.
Tot slot
The proof is in the pudding. Zonder concrete uitwerking en zonder cijfers is het moeilijk om een inschatting te maken. Voor de overbevolking in de gevangenissen zijn er alvast weinig lichtpunten in dit regeerakkoord. Er wordt vooral ingezet op meer en strenger straffen en de maatregelen die worden voorgesteld, zijn vooral gericht op capaciteitsuitbreiding: modulaire constructies, nieuwe inrichtingen voor geïnterneerden, extra gevangeniscapaciteit, transitie- en detentiehuizen, zelfs gevangenissen in het buitenland. Maar het akkoord heeft het ook over het verhogen van de behandelcapaciteit, betere arbeidsvoorwaarden voor personeel, meer personeel, meer middelen voor de Gemeenschappen en een stevig luik rond slachtofferrechten. Dit kost allemaal handenvol geld. Het wordt daarom uitkijken hoe de nieuwe minister van Justitie hier verder mee aan de slag gaat en wat De Wever I ook echt kan en zal realiseren.

2 thoughts on “ De negen levens van Lejeune: Straffen in het regeerakkoord van De Wever I ”