Dat de uitspraak van de Gentse strafuitvoeringsrechtbank in de zaak-Horion tot ophef zou leiden, stond in de sterren geschreven. Kort na de bekendmaking van de beslissing pakte de pers uit met een gelekt advies van het Openbaar Ministerie dat Freddy Horion omschreef als een “tikkende tijdbom” met “een zeer hoog risico op recidive”. Vervolgens werd er volop gespeculeerd waar hij naartoe zou gaan.
Toen vrijdag bekend werd dat OPZC Rekem hem onderdak zou bieden, verzette Marino Keulen (Anders) zich als zelfverklaard “tolk van de samenleving” (dat zijn de woorden van de burgemeester van Lanaken) tegen de komst van Horion. Gevolg? Het moeizaam opgebouwde re-integratietraject staat op losse schroeven: de opname van Horion is tijdelijk “on hold” gezet.
Het schouwspel van de voorbije week voltrok zich ruim drie jaar na het verdict van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In zijn arrest van 9 mei 2023 stelde het Hof een schending van artikel 3 vast omdat het strafuitvoeringstraject van Horion zich in een impasse bevond. Zijn opname in een forensisch psychiatrische eenheid, die in januari 2018 door een college van deskundigen werd voorgesteld, bleek praktisch niet realiseerbaar: geen enkele instelling wilde hem opnemen.
Het Europees Hof maande ons land aan om een oplossing te zoeken, maar die kwam er niet. Al jaren trekt België met lege handen naar Straatsburg. In opeenvolgende actieplannen wordt uitgelegd waarom er geen vooruitgang is (internering onmogelijk, transitiehuizen weigerachtig, geen enkele instelling wil hem opnemen) en doet ons land telkens de vrome belofte alles in het werk te stellen om het arrest uit te voeren en een oplossing te zoeken die “beantwoordt aan de specifieke situatie en het unieke profiel van de betrokkene”.
Voor dat gebrek aan vooruitgang draagt de overheid een verpletterende verantwoordelijkheid. De Gentse strafuitvoeringsrechtbank legde in zijn vonnis van 20 oktober 2025 nog maar eens de vinger op die zere wonde: “…dat de overheid haar verantwoordelijkheid niet neemt door voldoende en geschikte instellingen te voorzien”.
Malonne-bis
De commotie doet terugdenken aan de vervroegde vrijlating van Michelle Martin, de ex-vrouw van Marc Dutroux. In de zomer van 2012 zagen we hetzelfde scenario: de verdachtmaking en distantiëring van de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank van Bergen, gevolgd door het viseren en vandaliseren van het klooster van Malonne.
En uiteraard de onvermijdelijke politieke reflex: premier Elio Di Rupo (PS) kondigde meteen een verstrenging van de voorwaardelijke invrijheidstelling aan en justitieminister Annemie Turtelboom (Anders, toen nog OpenVld) zette de hervorming stante pede in de steigers. In maart 2013 was de hervorming rond.
Hoe moet het nu verder met Horion? De burgemeester van Lanaken suggereert om hem naar het buitenland te brengen. Dat klinkt aanlokkelijk, maar schijn bedriegt. Keulen vergeet dat ook Michelle Martin tot in Frankrijk werd opgejaagd: na een interventie van Paul Marchal bleef de deur van het klooster in Besançon dicht. Het exporteren van het re-integratievraagstuk is geen oplossing.
Maar meer fundamenteel is het spijtig dat onze wereldlijke leiders niet geluisterd hebben naar de boodschap van de nonnen van Malonne. Op het hoogtepunt van de hetze stuurden de kloosterzusters een opmerkelijk persbericht uit: “Toen de tijd aanbrak dat mevrouw Martin vervroegd kon worden vrijgelaten om zich weer in de maatschappij te integreren, hoopten wij dat de bevoegde instanties haar een opvangplek zouden bezorgen. Maar dat is hen niet gelukt.”
En ze vervolgden: “Wij zijn er diep van overtuigd dat onze samenleving een stap achteruit zou zetten door een overtreder voorgoed op te sluiten in zijn verleden en tot hopeloosheid te dwingen. Wij menen bovendien dat de eerbiediging van de rechtsgang van ons land een goede voorzorg is om die vergissing niet te maken.”
Een handvol nonnen deed wat nodig was en waar we als samenleving niet in slaagden: een plek voorzien voor Martin en zodoende uitvoering geven aan de uitspraak van de rechtbank. Net zoals Malonne toen biedt Rekem nu een uitweg uit de impasse.
Wanneer ruim drie jaar na de veroordeling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en ons collectief falen om uitvoering te geven aan dat arrest, eindelijk schot in de zaak komt, is vooral sereniteit, nederigheid en dankbaarheid geboden. De demarche van Keulen toont dat we die les nog steeds niet hebben geleerd.
(dit opiniestuk verscheen in De Morgen, 9 juni 2026)
