Blije gezichten afgelopen week op de Heizel. Op woensdag kregen onze topsporters hun eerste prik.  In de reacties van de Olympiërs klonk vooral opluchting en dankbaarheid. De vaccins laten toe om ongedwongen naar de Spelen toe te werken. Dat haasje-over-springen in de campagne niet evident is, beseft turnster Nina Derwael zeer goed:  “Ik begrijp wel dat mensen zich afvragen waarom wij voorrang krijgen, maar ik hoop dat ze inzien dat wij dit enorm appreciëren” (DS 28 april).

Ik gun het onze topatleten van harte, maar dat neemt niet weg dat de package deal waar hun spuit deel van uit maakt, een vreemd en wreed gedrocht blijft. Op 19 april meldde de interministeriële conferentie Volksgezondheid (IMC) dat de Olympische atleten en het gevangenispersoneel voorrang zouden krijgen in de vaccinatiecampagne.  De atleten moeten alle kansen krijgen om zich te kunnen kwalificeren, zo klonk het.  De prioriteit voor het gevangenispersoneel werd als volgt gemotiveerd:  “Gevangenissen zijn gesloten collectiviteiten waar meerdere volwassenen op een beperkte oppervlakte samenleven. Het risico op besmetting en dus ziekte is er hoger.  Evident kan ook het gevangenispersoneel niet altijd voldoende fysieke afstand bewaren tegenover de gedetineerden” (IMC 19 april). 

Maar waarom paste de IMC diezelfde redenering niet toe op de gevangenen, die evenzeer een verhoogd risico lopen? Enkele dagen voor de IMC had minister van Justitie Vincent Vanquickenborne (Open-VLD) nochtans opgeroepen tot prioritaire vaccinatie van personeel én bewoners.  Dat was ook waar de vakbonden voor ijverden, toen ze de gevangenissen dreigden lam te leggen. Na de IMC vielen de gedetineerden echter uit de boot: ze moeten hun beurt afwachten. Wie werkt in een gevangenis krijgt zodoende voorrang, wie in gevangenschap leeft niet. Je hoeft geen viroloog te zijn om in te zien dat dit onderscheid geheel onlogisch is.

Less eligibility

Hoe komt het dat twee groepen in een gelijkaardige situatie zo verschillend behandeld worden? In een beschouwing in De Standaard bij de besprekingen die aan de beslissing van de IMC vooraf gingen, ligt een deel van het antwoord. Op 17 maart benadrukte Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) dat het “niet uit te leggen valt dat gedetineerden eerder kunnen worden gevaccineerd dan de algemene bevolking” (DS 20 april). 

Maar waarom krijgt de minister dit eigenlijk niet uitgelegd? De gezondheidsrisico’s zijn objectief vaststelbaar en gevangenissen zijn net als woonzorgcentra hot spots in de pandemie (DS 7 april).  Argumenten te over dus om prioritaire vaccinatie te verantwoorden en dit uit te leggen aan de algemene bevolking. Voor minister Beke lijken dergelijke argumenten echter minder zwaar door te wegen: doorslaggevend is het statuut van gedetineerden. De minister krijgt het niet uitgelegd dat die groep voorrang zou krijgen.

De uitspraak van Beke roept herinneringen op aan de armenzorg in het negentiende eeuwse Victoriaanse Engeland.  Het less eligibility principe dat in 1834 ingang vond, schreef voor dat de leefomstandigheden in de armenhuizen van een slechtere kwaliteit moesten zijn dan de omstandigheden waarin de laagste klassen in de vrije samenleving leefden. Afschrikking stond voorop: er moest te allen tijde vermeden worden dat luieriken de armenhuizen aantrekkelijker zouden gaan vinden dan loonarbeid. Ook in de geschiedenis van de gevangenisstraf duiken dergelijke overwegingen regelmatig op: gevangenen mogen het in die optiek nooit beter hebben dan de hardwerkende goegemeente in de buitenwereld. In 1933 stelde Georg Rusche dat het less eligibility principe het belangrijkste obstakel vormt voor hervormers om de leefcondities in de gevangenissen te verbeteren.  Less eligibility keert ook vandaag de dag nog geregeld terug, bijvoorbeeld in discussies over ongestoord bezoek, telefoon op cel, internet in de gevangenis of – zoals nu – toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en de vaccinatiecampagne.

Politieke logica

Onze Olympiërs en gedetineerden hebben in dit dossier alvast één zaak gemeen: de beslissing over hun prioritaire participatie in het vaccinatieprogramma had weinig te maken met gezondheidsargumenten. Voor de ene groep gaat het licht op groen omwille van brood en Spelen; voor de andere groep blijft het licht op rood omwille van de hardnekkige doorwerking van less eligibility.  Het gevangenispersoneel kreeg – geheel terecht – wel voorrang, maar dit gebeurde vooral omdat de penitentiair beambten collectief hun stem kunnen verheffen en meer (stakings)druk kunnen uitoefenen.

De besluitvorming van de IMC biedt een toch wel ontluisterende inkijk in de rol van expertise in dit verhaal: deze lijkt geheel buiten spel gezet. “De gevangenissen zijn op dit ogenblik collectiviteiten in moeilijke omstandigheden. Qua uitbraakmanagement zou het beter zijn om er meteen iedereen te vaccineren”, zo stelde professor vaccinologie Isabel Leroux-Roels (DS 20 april).  Ze heeft geheel gelijk – en heel wat criminologen en gevangenisexperten onderschrijven dit. Het feit dat de IMC dergelijk advies in de wind slaat, herinnert ons eraan dat het ook hier om politieke besluitvorming gaat.  En ook hier gaat het om beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben, want het laat de meest kwetsbare groep in dit ganse verhaal, zij die leven in gesloten instellingen in omstandigheden die vaak te wensen overlaten, geheel aan hun lot over.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s