Stakingen in gevangenissen, werkstraffen en elektronische enkelbanden op recordhoogte en een fonkelnieuw Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving. In deze blog post maken we een korte balans op bij de start van 2022: tijd voor een reset voor het strafbeleid?

Zelfs in dit vreemde coronatijdperk zag de start van het nieuwe jaar er vanouds vertrouwd uit: bubbels, kroketten en stakingen in de gevangenissen. Een ietwat stoute straf-watcher zou kunnen poneren dat je je klok er op kan afstellen: in de Kerst- en nieuwjaarsperiode wordt steevast het werk neergelegd in de gevangenissen. Dat was de voorbije feestperiode niet anders. Ook de reacties zijn doorgaans voorspelbaar: misnoegde politiemensen nemen met lange tanden en met lood in de schoenen de plek in van het stakend gevangenispersoneel (VRTNWS 23 december 2021). En ja, ook de redenen van de stakingen zijn alomgekend: overbevolking en personeelstekort. Of anders gezegd: teveel gedetineerden voor te weinig cellen en te weinig werkvolk voor teveel gedetineerden.

Federale onmacht

Maar de penitentiair beambten hebben ook wel een punt: “Het personeel is in het verleden te vaak in de luren gelegd door het beleid”, zo stelde Robby De Kaey van ACOD (DS 4 januari 2022). En ook 2022 zal niet het jaar worden waarin de gevangenissen terug op het rechte pad belanden: de meest tastbare ingreep blijkt een spreidingsoperatie te zijn, waarbij 280 tijdelijke plaatsen gecreëerd worden in de bestaande gevangenissen. Voor de andere pistes is het wachten op de opening van de gevangenissen van Haren en Dendermonde, en de bijkomende plaatsen in de nieuwe transitie- en detentiehuizen. Over dat laatste valt op dit moment nog weinig nieuws te sprokkelen. 

Maar zelfs indien dat alles gerealiseerd wordt in 2022 – wat niet zeker is (zie “Natte dromen van straffe liberalen” of “Geen bericht van de Blauwe Leider”) –  zou dit netto 450 extra plaatsen opleveren terwijl er momenteel zo’n 1,100 plaatsen tekort zijn (DS 4 januari 2022).  En dan houden we nog geen rekening met de impact van de geplande uitvoering van de korte celstraffen, vanaf 1 juni 2022.  Je hoeft geen wiskundig bolleboos te zijn om in te zien dat de ingrepen schromelijk te kort schieten. Hoe leg je die boodschap uit aan vaders en moeders, partners, zonen en dochters van gedetineerden, aan gedetineerden, aan het Europese antifoltercomité?

In een recent opiniestuk deed de federale minister van Justitie een poging: hij heeft het over een “stille revolutie” in de Belgische gevangenissen (DS 5 januari 2022). De minister wijst onder meer op de detentiebegeleiders die binnenkort, in het kader van functiedifferentiatie, hun intrede zullen doen in de gevangenis van Haren.  Dat is een welgekome ontwikkeling, waar we in eerdere blog post al bij stil stonden (“Het Grondwettelijk Hof en de gevangenis van de toekomst”).  Maar verder blijkt nergens dat we op korte termijn een radicale ommeslag of voldragen oplossing voor de overbevolkingsproblematiek mogen verwachten.

Mettertijd zal het nieuwe strafwetboek wel soelaas bieden, zo belooft Van Quickenborne:  “Doel van de hervorming is de gevangenisstraf als ultimum remedium. Er komt een belangrijke reeks misdrijven waar de straf niet langer de opsluiting zal zijn”.  Ja, hij heeft gelijk: dáár zal het moeten gebeuren en we zijn zeer benieuwd naar de uitkomst van die hervorming. Maar vooralsnog biedt het nul komma nul perspectief voor wie nu achter slot en grendel zit: je zal maar in een overvolle kamer met enkele vierkante meters persoonlijke leefruimte belanden, zonder wifi of minibar, aan de Begijnenstraat of de Ducpétiauxlaan.

Vlaamse Justitie

Terwijl de gevangenissen uit hun voegen barsten, nemen ook de gemeenschapsstraffen een hoge vlucht. De werkstraf zit in de lift: volgens voorlopige cijfers werden er in 2021 5,577 werkstraftrajecten opgestart in Vlaanderen, een absoluut record (DS 8 januari 2022). En ook het elektronisch toezicht kent een opmerkelijke groei. Vlaams minister van Justitie Demir had het onlangs over een “tsunami aan enkelbanden” (VRTNWS 20 december 2021). Einde december 2021 droegen bijna 1,500 mensen een enkelband in Vlaanderen. Twee jaar geleden waren dat er 1081 (HLN 20 december 2021).

Dat gemeenschapsstraffen vaak geen alternatief vormen voor de gevangenis, weten we al langer. Wijlen Tony Peters schreef het reeds in 1980: “De gevangenissen zitten overvol want de alternatieve sancties doen het niet”. In De Standaard lichtte een magistraat zijn belangstelling voor de werkstraf als volgt toe: ‘Vóór de invoering van de werkstraf als alternatieve straf grepen wij in het verleden vaak naar gevangenisstraffen met uitstel, omdat in sommige dossiers de ernst van de feiten niet meteen een effectieve gevangenisstraf rechtvaardigde …Die straffen met uitstel misten hun doel. Straffeloosheid durf ik dat niet te noemen, maar echt corrigerend werkten ze ook niet. Die leemte wordt nu opgevuld door de werkstraf” (DS 8 januari 2022).  Het is een schoolvoorbeeld van wat Stan Cohen net widening noemt. Uit Europees onderzoek van Marcelo Aebi en zijn collega’s blijkt die verbreiding van het strafnet ook: in heel wat landen gaan groeiende gevangenispopulaties hand in hand met groei in gemeenschapsstraffen (“Have community sanctions and measures widened the net of the European criminal justice systems?”).

Kortom: het lijkt wel of we meer en meer druk leggen op onze strafcapaciteit, die meer en meer op haar grenzen botst. Strafinflatie, noemen we dat. Hoe gaan we daarmee om? Zijn er grenzen aan die groei?

Maar het zit ook in het DNA van de nieuwe generatie gemeenschapsstraffen dat ze geen alternatieven zijn: de werkstraf, het elektronisch toezicht en de probatiestraf zijn autonome straffen. Dat autonoom karakter wordt overigens ook beklemtoond in de communicatie van de Vlaamse minister van Justitie, wanneer er richting haar departement gekeken wordt om de gevangeniscrisis te bezweren:  “…het kan absoluut niet de bedoeling zijn alle capaciteitsproblemen van de gevangenissen door te schuiven naar het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht  en naar de Vlaamse Justitiehuizen, zonder rekening te houden met de gevolgen. Alternatieve straffen automatisch beschouwen als gepaste straf voor een misdrijf omdat de gevangenissen vol zitten, dat is niet de weg die we moeten bewandelen” (HLN 20 december 2021). De Vlaamse minister kaatst de bal terug naar haar federale evenknie: bouw gevangenissen bij of huur cellen in Nederland (VRTNWS 20 december 2021).

Het zorgt voor een wat vreemde situatie, die echter het logische gevolg is van de versnippering in het strafbeleid. Wanneer de federale minister van Justitie stelt dat zinvolle detentie en terugdringing van recidive speerpunten van het gevangenisbeleid moeten zijn, dan is hij eigenlijk aangewezen op de Vlaamse hulp- en dienstverlening. Of nog: wanneer diezelfde minister de gevangenis als ultimum remedium wil, dan moet hij kunnen rekenen op een performant aanbod aan straffen in de gemeenschap, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap.  Met de oprichting van het fonkelnieuwe Agentschap Justitie en Handhaving wordt die evolutie overigens ook symbolisch nog sterker in de verf gezet. Kortom: de verhoudingen zijn sinds kort stevig door elkaar geschud en dat heeft ingrijpende gevolgen voor het strafbeleid.

Het gelijk van Ducpétiaux

Hoe moet het dan verder met die gevangenissen? In zijn opiniestuk hangt de federale minister van Justitie een wat ongelukkig beeld op van de geschiedenis van onze gevangenissen. Van Quickenborne brengt de negentiende-eeuwse kijk op eenzame opsluiting in herinnering en voegt toe dat we daar gelukkig van zijn afgestapt, maar “…de gebouwen waarmee we moeten werken, stammen nog te vaak uit dat vergeetput-tijdperk” (DS 5 januari 2022). Die voorstelling is fout: de negentiende eeuw was géén “vergeetput-tijdperk”. Wie de geschriften van Edouard Ducpétiaux erop naleest, ziet een doordachte en onderbouwde visie op cellulaire opsluiting en morele verbetering. Ducpétiaux had het inderdaad geheel fout, maar dat betekent niet dat hij zich niet bekommerde om het welzijn en het toekomstperspectief van zijn gedetineerden.

Voor Ducpétiaux was een zinvolle invulling van detentietijd essentieel. Om die reden schreef hij reeds in 1865 dat zijn nobele plannen om gedetineerden weer op het rechte pad te brengen, gedoemd waren te mislukken als we de instroom niet zouden beheersen. Oud-minister van Justitie Marc Verwilghen leek dat te begrijpen: in een wetsontwerp uit 2001 pleitte hij voor de introductie van een ‘quota’-systeem: de ministerraad zou in zo’n scenario de maximale opnamecapaciteit voor de gevangenissen vastleggen. Voor Verwilghen was dat essentieel om de ‘herstellende’ justitie ingang te doen vinden (“Vol is vol? Niet in gevangenissen”). Een jaar eerder had ook de Commissie Basiswet gevangeniswezen dat idee al onderschreven: in de ontwerpteksten werd aan de Koning de opdracht gegeven om een maximale bezettingscapaciteit van elke gevangenis of afdeling ervan te bepalen.

De coronacrisis heeft ons leren leven met schaarste: in de ziekenhuizen zijn maximaal zo’n 2000 IC-bedden beschikbaar. Wanneer virologen en biostatistici alarm slaan, steken politici de koppen bij elkaar. Een dergelijke maximumcapaciteit en alarmbelprocedure zou ook aangewezen zijn voor het strafbeleid. En ook hier kan deskundig advies uiteraard zinvol zijn.  Rudy Van De Voorde, directeur-generaal van DG EPI, merkte recent het volgende op: “Nooit had de wetenschap zo’n grote impact op de politiek als tijdens corona. Ik pleit voor een bestraffingsbeleid dat minstens evenveel zou luisteren naar de wetenschap als naar de tijdgeest” (Knack 5 januari 2022).

Die advieskanalen zijn er ook. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, die in 2019 werd geprofessionaliseerd en een bij wet bepaalde adviesopdracht heeft, treedt regelmatig naar buiten met allerhande adviezen over bijvoorbeeld de coronamaatregelen in de gevangenissen en overbevolking, maar lijkt niet altijd gehoor te vinden.  De wet van 23 maart 2019 voorziet dan weer in de oprichting van een penitentiaire beleidsraad, maar die blijft vooralsnog dode letter.  En ja, na bijna twee jaar corona hebben velen de buik vol van “overlegcomités”, maar wanneer een beleidsdomein versnipperd geraakt, dan moeten de koppen af en toe bij elkaar om de violen gelijk te stemmen. Dat geldt voor het bezweren van een gezondheidscrisis.  Maar die ballon gaat evenzeer op voor de crisis in de gevangenissen en de uitvoering van straffen.

Foto: León, 2 januari 2022

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s